Verhaal van een Held
21 June 2006
By on 19:15

Zomer 1995

K. Orido.

Helaas!

De mens is niet wat hij is,
maar wat andere mensen van hem denken.

Nudulo

Hallo !
Mijn naam is Niels Pepperkolp. Ik ben 36 en mijn interesses omvatten vreemde omstandigheden en .. – het zelfde ? – vrouwen! Tot vorig jaar was ik de brigade-commandant van het brandweerkorps van ons kantoor. Ik vond het fijn mensen hiervoor op te leiden en instructies te leren. En dan niet alleen in de strijd tegen vuur en vlam, maar ook bijvoorbeeld om langs een lange lijn omlaag te zeilen en slachtoffers te redden. En om dan met hen omlaag te springen op het reddingszeil, dat de collega’s klaar hielden. Of in het water springen om mensen uit voertuigen te redden, die te water geraakt waren. Deze hobby, die niets met mijn beroep te maken had, veroorzaakte ook het vertrek van mijn vrouw! Iedere keer, na het in actie komen van onze brigade, werd ze kwaad, wanneer ze weer mijn kleding en uitrusting moest verzorgen. Voor de gevaren, die ik liep was ze niet bang. Het was mijn hobby en daarom was het risico ook voor mij. Risico, dat ik liep voor andere mensen, die ik helemaal niet kende. Mensen, die vaak zelf hun gevaren hadden veroorzaakt.

Ik hield een redelijk goede grens aan tussen mijn hobby en mijn werk. Nooit schreef ik een reportage over een brand in onze stad, over mensen, die dreigden van een dak af te springen, of over auto’s die al dan niet vrijwillig de rivier, die door onze stad loopt, in reden. Tijdens mijn diensturen was ik voor de brigade niet bereikbaar. Eens, toen een van onze bijkantoren in de brand stond, was ik ziek en een plaatsvervanger zorgde er voor, dat alles op rolletjes liep. Achteraf waren enkele collega’s van mening, dat ik daar aanwezig had moeten zijn.
Ook tijdens mijn vakanties was er nooit iemand, die iets van mijn hobby kon merken. Er is een tijd om te werken en er is een tijd om te genieten van de goede dingen van het leven.
Lange leve deze principes !
Jammer genoeg niet voor altijd !
⋆ ⋆ ⋆
Vorig jaar had ik mijn vakantie in mijn meest geacht vakantieland, Itralië. Het land zelf is prachtig. De temperatuur van maart tot juli en van augustus tot november is geweldig. De mensen in de kleinere steden en dorpen zijn zeer vriendelijk en behulpzaam. Toen ik op de middelbare school een van de romaanse talen moest kiezen, werd dat het italiaans.
Ik vind het zonde, dat de laatste 20 jaar daar zoveel van verloren gegaan is, omdat ik niet al mijn vakanties had kunnen doorbrengen. Kwam ik er terug, dan was dat een vervelende ervaring, die echter na een paar dagen gedeelte lijk verdween.
Ook in het voorvorige jaar was ik daar. Ik bezocht een streek, waar ik niet eerder geweest was. Het was mijn bedoeling een paar artikelen over de natuur ter plaatse te schrijven. Je weet wel. Over het land waar het leven en de natuur nog in orde zijn.
Tevoren had ik thuis al een kamer geboekt in een hotel iets buiten het dorp M., dat aan een meer gelegen was. Dat meer was maar een kilometer breed en had een mooi zandstrand. Het dorp lag tegen de flank van een heuvel, zodat er enig hoogteverschil was. De weg naar en door het dorp lag zo’n 10 meter boven dat strandje. Aan de noordzijde ervan lag een klein bos, dat tot het water reikte.. Het strandje liep in een bocht, die uitkwam op een landtong. Omdat boven de weg de zelfde bocht volgde, was de weg nauwelijks zichtbaar vanaf het strand. En omgekeerd.
De reis was geweldig geweest. Ik was niet moe, omdat ik per trein gekomen was.
Na het avondmaal ging ik op het terras zitten om nog een glas wijn te drinken voor ik naar bed ging. Achter mij, in het restaurant hoorde ik hoe een van de diensters ruziede met een duitstalige vrouw. En vijf minuten later had een moeder ruzie met een jong kind in het frans en dit ging over het surfen op en zwemmen in het meer de volgende morgen. Als het tenminste mooi weer zou zijn. Hen zag ik niet, maar de duitstalige vrouw passeerde even later mijn tafeltje.
Het was niet de wijn, die mijn adem deed stokken. Het eerst vroeg ik mij af, of dat vrouwtje werkelijk duits was. Ze zag er puur italiaans uit. Niet alleen naar haar modieuze kleding maar ook haar manier van lopen deed dit vermoeden. De lange zwarte haren zwaaide van links naar rechts. In tegenstelling tot haar zitvlak, dat gelijktijdig de andere kant op bewoog. Het gele rokje stond strak om haar lijf en verborg maar net haar bruine huid, die ondanks het avondlicht nog goed zichtbaar was.
De nieuwe morgen begon voor mij met een verwondering. Het gezang van honderden vogels wekte me. Was de natuur hier echt nog in orde? De geur van de mei-bloemen kwam door het open raam binnen, maar veel meer dan een blauwe hemel zag ik niet. Zou ik al gelijk aan het werk gaan ?
Na mijn bad kleedde ik me aan en ik nam mijn verrekijker, mijn potlood en notitieblok mee, eerst naar de ontbijtzaal. Hier ontmoette ik de mensen, die op dit ogenblik, de hotel-familie uitmaakte. Eerst kreeg ik de oorzaak van de ruzie in de familie van de vorige avond te horen.
De vader was van mijn leeftijd, behoorlijk dikke kerel, die voornamelijk zweeg. Hij probeerde een franse krant te lezen. Ondertussen praatte de moeder.
Op een gegeven moment zei hij tegen zijn dochter van een jaar of tien
>Nu is het uit met de discussie ! Jean vroeg niet naar een of ander ongeluk. Toch moeten je moeder en ik mee naar het ziekenhuis, waar ze zijn knie moeten onderzoeken. En jij blijft in het hotel of op het terras tot we terug zijn. Je gaat niet met de surfplank naar het meer, niet zolang niet een van ons met jou mee kunnen! Uit!<
Toch begon het meisje opnieuw. Ze kon toch goed zwemmen en … Maar de arm van haar moeder was net 2 centimeter langer dan ze verwachtte en de tik kwam aan! Nu zweeg ze, kwaad.
Na het ontbijt tilde de vader de jongen van de tafel. Zijn been, zag ik, in een provisorisch verband. Zo liepen ze naar de parkeerplaats. Het meisje ging naar boven.
Toen ik op weg naar de uitgang op stond, zag ik de jongedame in de gang lopen. Nu leek ze wel 10 jaar jonger dan 10 uur geleden.
Ik liep langs de weg, die al goed druk was. Na enig wachten stak ik een eindje verder de straat over en liep de trap af naar benden, naar het strand. Ik koos me een plekje uit aan de rand van het bosje. Op de grond onder de bomen lag droog mos. Ik haalde de kijker uit het etui, ging liggen en zetten de ellebogen in het mos. En ging aan het werk. Op het water dreven een dozijn vogels, op het strand zaten er ongeveer even veel. Een van mijn vrienden had mij gevraagd om een van mijn artikelen aan de vogelstand ter plaatse te wijden, zo in mei kon dat een aantal interessante gegevens opleveren. En ik had toegestemd.
Even later draaide ik de kijker om naar de vogels op het strand te kijken. Maar die bereikte ik toen nog niet!
Op de landtong kwam het duitstalige vrouwtje aan. Die een paar grote pakken bij zich had.
Het ene bleek een groot luchtkussen te zijn in de vorm van een zetel. Het tweede was een enorme baddoek, die ze zorgvuldig over de zetel heen legde. Voor ik mijn kijker kon afwenden, ging ze op de zetel zitten en trok haar bloes uit. Ze blikte even naar boven, om te controleren, of ze vanaf de weg wel zichtbaar zou kunnen zijn. Maar ze was kennelijk gerustgesteld, want haar kleine bh viel al op haar bloes. Ze was inderdaad al prachtig bruin zonder een streepje wit.
Zou ze uit Beieren of uit Oostenrijk komen? Zo ja, dan leken haar tepels precies op de toppen van de kerktorens in die landstreken. Tot de dag van vandaag beschreven als … uien. Ik geef de voorkeur aan halve, ronde goudgele meloenen met een fiere rode kers en bovenop. De enige overeenkomst is, dat je van beide tranen in de ogen kunt krijgen.
Tijdens mijn overwegingen was ook de rok al verdwenen en het vallende slipje maakte de weg vrij voor het mooiste vrouwelijk schoon. Ze probeerde iets aan de stand van de zetel te veranderen, maar daar moest ze wel voor overeind. Het had succes en ze kon horizontaal uitgestrekt liggen. De hele oefening had geen vijf minuten geduurd en ik vond, dat de hele aanblik niet zo mooi was, dat ik daar de hele morgen naar moest kijken. Mijn kijker ging weer in de richting van de vogels en bleef daar. Ik maakte geregeld wat aantekeningen. Over rassen, aantallen en de bezigheden van de vogels.
Na een half uurtje wende ik opnieuw mijn kijker. Zij lag nog steeds op haar rug en langzaam speelden haar vingers met haar torentjes, kennelijk om de zonneolie in te wrijven. Haar handen kwamen omlaag in mijn richting naar haar heupen, het buikje en dijen.
De grote zwarte driehoek werd vergeten. Ik moest lachen voor mezelf, toen ik nadacht voor dat laatste onderdeel mijn handen aan te bieden. Een briesje deden het haar wat bewegen als was het een grasveldje. Omdat mijn handen moe werden van het vasthouden van de kijker legde ik hem even weg en keek ik zonder over het water weg. Daar waren nu geen vogels meer.
Toen draaide ik mijn hoofd in een andere richting en dacht in een glimp een stuk hout te zien drijven. En direct daarna twee handen opgeheven uit het water. Ik pakte direct de kijker om wat nauwkeuriger te zien. En ik schrok hevig. De twee handen verschenen weer om kort daarna weer te verdwijnen. De plank bleek een surfplank te zijn. Binnen een seconde stond ik op mij voeten en holde naar de waterrand. Onderweg verloor ik mijn sokken, mijn pantalon en mijn shirt. Een minuut later bereikte ik de surfplank, maar in het water kon ik niets zien.
Ik haalde diep adem en verdween onder het wateroppervlakte. Ik ging naar rechts, want de flauwe waterstroon liep in die richting. Ik was op zo’n zes, zeven meter diepte. De grond was rotsachtig. en mijn geoefend oog zag al gauw het geraamte van een autowrak liggen. Toen ik naderbij kwam zag ik haar.. Een van haar benen stak in de auto en was door haar paniek tussen de spaken van het stuurwiel geraakt. Daar zou ze nooit zo maar uit komen!
Ik zwom snel naar boven om weer adem te halen, riep luid >>Help, help!<< en dook weer naar beneden.
Ik rukte sterk aan een portier, dat met een plof losliet. En ik weer terug naar boven om adem te halen. Voor ik dat kon doen, gleed er iets glads langs mijn lichaam en dat verdween ook onder water.
Twee diepe teugen lucht en ik was weer beneden en kroop ik in het wrak om te proberen het been uit het stuurwiel te bevrijden. Buiten de auto zag ik het meisje en met mijn handen beduidde ik haar het lichaam van het meisje iets te draaien, omlaag en naar rechts. Zij begreep me gelukkig direct en met enige, verdere moeite was het been vrij. Voor ik uit de auto kon kruipen, was haar prachtige buik op maar een paar centimeter van mij ogen. En het enigszins troebele water, samen met de benen van het kind verhinderden, dat ik een volledig overzicht kreeg. Nog een minuut later en het lichaam van het meisje wat boven water. We hadden toen nog drie minuten nodig om haar op het strandje te trekken.
Tegen al mijn principes deed ik alles, wat noodzakelijk moest gebeuren. Het vrouwtje stond nu voor me en er gebeurde, wat voor de hand lag. Iets, dat vakmatig bij doktoren, verpleegsters, masseurs enz voort gebruikelijk is. Een mens wordt een persoon en verder geen doel op zich.
Mijn mond lag op de lippen van het kind. Toen hoorde ik een snik van het vrouwtje.
>Dit duurt te lang, laat mij maar wat doen.<<
Ik schudde mijn hoofd.
>Kleed jij je maar aan en ren naar het hotel om hulp.
Ik lette niet eens op of ze gehoorzaamde. Ik bleef in het ritme, dat ik geleerd had en zo gewend was voort doen, zoals ik dus thuis zou doen.
Ik had geen idee van de tijd, maar het vrouwtje kwam terug. Ze had zich alleen de tijd gegund haar slip weer aan te trekken. En vroeg
> Zal ik nu met hartmassage verder gaan ?
Ik knikte en na een halve minuut vonden we het beste gemeenschappelijke ritme.
Toen ik de ambulance hoorde naderen, keek ik op mijn horloge. Het hele drama had tot nu toe nog geen kwartier geduurd.
Een arts en twee kerels in lange witte schorten kwamen toegesneld van de smalle trap naar beneden. De arts vroeg me wat er gebeurd was en wat ik allemaal al gedaan had. In mij allerbeste italiaans vertelde ik hem wat er gebeurd was en wat de jongedame en ik tot dan toen hadden gedaan. Logischerwijze zweeg ik over mijn hobby. Ik kon nog vertellen, dat de jongedame het ingeslikte water allemaal al weer kwijt moest zijn. Haar hart klopte weer in het vermoedelijke normale ritme. De arts controleerde haar ogen en de broeders legden haar op een brancard.
Ik had grote moeite niet in een schaterlach uit te barsten. De broeders konden ondanks hun werk de ogen niet van mijn mede-redster afhouden. Hierdoor begon de een wat vroeger dan de ander de brancard op te tillen, zodat het meisje er deels weer net zo hard afschoof. Inmiddels had de zonnebaadster zich maar terug getrokken op haar zetel.
Ik zag hoe de brancard veilig de ambulance bereikte om met loeiende sirene weg te rijden. dat lukte niet direct.
Ik volgde de baadster naar haar stoel.
Zij zat op haar knieën. Het druipnatte slipje vertoonde meer van haar lichaam dan dat het verborg. Zij keek me van onder aan toen ik bij haar kwam. En toen ging haar blik naar mijn buik. Toen ik omlaag keek, zag ik tot mijn schrik, dat ook mijn doornatte slipt niet alles meer bedekte, waar ik zo trots op was. Heel even kreeg ik de ingeving ze uit te trekken en voor haar ogen de slip uit te wringen. Het zou logisch lijken na alles wat we juist beleefd hadden. Maar ik besloot het toch maar niet te doen. Dat was een grove overdrijving. Alles wat ik nog kon doen was tegen haar te zeggen
> Dank je, hartelijk dank. Zonder jouw hulp had het meisje niet overleefd. Nogmaals mijn dank.
Zij stond op en terwijl ze deed, wat ik dacht dat ze zou doen zei ze
>Niets te danken. U bent de held van ons twee, niet ik.
In de stilte die viel, kon je het water dat uit mijn slip op mijn voeren droop, horen vallen.
Ik draaide me om en rende in de richting van het bosje. Zoveel schoonheid voor mijn ogen was te veel voor mijn mannelijkheid. Ik haalde de weggeworpen kledingstukken op. En wat nu ? Mijn kleding was nog nooit aan mijn lijf droog geworden, dus liet in de slip omlaag zakken. Ik ging op mijn buik liggen. Het aantal homo’s dat mij zou kunnen zien liggen moest beduidend lager zijn dan de vrouwen, die mij zouden bewonderen en begeren. Boven aan de muur zag ik hoe politieagenten een aantal nieuwsgierigen moest terugdringen om de ambulance door te laten. Toen ze over de rand in mijn richting keken, lachten ze.
Terug in mijn kamer liet ik de pantalon op de grond vallen. Alles zou naar de stomerij moeten! Voor ik in bad kon stappen rinkelde de telefoon op het nachtkastje.
Het was de receptie.
>Commissaris Pranduardi wenst u te spreken!
> Wilt u haar vragen in de bar op me te wachten, ik zit nu in bad !
>Komt in orde.
Halfgekleed pakte ik opnieuw de telefoon.
>Wilt u vragen of de commissaris in mijn kamer wil komen en laat u een fles whisky langsbrengen ?
Toen er op de deur werd geklopt. maakte ik de laatste knoop van mijn witte pantalon vast.
Ik maakte de deur open en voor stond, oh wonder, een beeldschone vrouw, die haar hand uitstak.
> Ik ben commissaris Angela Pranduardi.
Ik noemde mijn naam en we gingen zitten. Zij op de enige stoel in mijn kamer, ik zat op mijn bed.
>Hoe maakt u het ?
>Na deze schok, het gaat! Ik heb niet veel water uit uw meer ingeslikt, dus kunt u me niet van diefstal betichten.
De commissaris lachte.
>Na ieder bijzonder voorval moet ik een rapport opmaken, neem me niet kwalijk.
> Wanneer u het niets uitmaakt, liever niet nu! Ik il morgenochtend wel naar uw kantoor komen om alles in orde te maken!
> Ik begrijp dit wel, u wilt liever nu wat rusten. Voor mij is dat in orde!
>Tot negen uur dan morgenochtend
>Tot ziens en het beste voor vandaag!
Ze was weg.
Ik ging terug de badkamer in en klom in het bad. Nu dronk ik eerst mijn whisky, eerst een glas en ik besloot er nog een te nemen.
Terwijl het water kouder werd, viel ik in een diepe slaap.

⋆ ⋆ ⋆
Ik lag in koud water en om een of andere stomme reden moest ik langs een ijsberg omlaag zwemmen. Het was een heel eind. Ik kon niet terug. Het zou de zelfde lange afstand zijn. Gelukkig vond ik in de ijsberg, die langzaam in de zee verder dreef, een gat. Eindelijk boven probeerde ik nog hoger te klimmen, maar ik gleed iedere keer terug in zee.
Toen hoorde ik een vrouwenstem. Ik was direct wakker. Ik zag mijn nieuwe strandvriendin. Ze zat op de rand van het bad.
> Ik had niet het idee, dat je een prettige droom had!
> Ik droomde van jou
en ik deed moeite mijn stem vrolijk te laten klinken. Het mislukte volkomen en ik zag, dat zij dit wist.
> Kom uit het bad. Ik zal wat te drinken maken. Ik heb de fles al zien staan.
Ik droogde me af en kleedde me aan. Pantalon, shirt. En ik ging de kamer in.
> Je ziet er niet naar uit. Naar een held, zoals drie uur geleden! Je lijkt nu meer iemand met zeeziekte. Hier pak aan en drink het meteen op. Ik zal je vandaag in de gaten houden !
Ze duwde me een vol glas in mijn handen.
> Op de gezondheid van ‘n held!
> En op die van zijn helpster!
> Het wordt tijd, dat ik me eens ga voorstellen. Mijn naam is Ulrike Hanover. Ik ben klinisch psychologe in het plaatselijk ziekenhuis van de duitse stad T. De hulp, die ik nu verleen is geheel gratis!
> Heb ik die dan nodig? Ik denk het niet.
Niemand hoeft te weten dat ik en vakman en redder ben. Ik wilde incognito blijven.
> Niemand weet verder iets, maar ik wil beslist tot de nacht bij jou blijven. Ik zal zorgen, dat niemand iets te weten komt van wat je gedaan hebt en zo kun je ook geen onaangename dingen ervaren.
Maar die kwamen wel !!
Daarna ging ze de glazen weer vullen, kwam terug naar mijn bed en ging op de rand zitten. Ik sloeg de inhoud van mijn vierde glas naar binnen. Maar zij had geen notie van de eerste twee.
En zo kwam mijn maag omhoog, zoals ik even ervoor tegen die ijsberg was opgeklommen. Ik gaf over. Alles overstroomde mijn bed en de kleding, die ik droeg. Ulrike was al uit de vuurlinie gesprongen. Maar ze trok me direct aan mijn schouders naar de badkamer. Hier gaf ik weer over, maar nu schoot alles over haar kleding.
Zo stonden we in korte tijd voor de derde keer weer praktisch naakt tegenover elkaar.
Het water kreeg de vlekken op den duur wel weg, maar de stank van de alcohol bleef achter.
Na dit laatste bad kon ik de ogen nauwelijks meer open houden. Ergens begreep ik, dat ik weer op bad lag. Ulrike trok een laken over me heen en toen was er lange tijd niets meer.
⋆ ⋆ ⋆

Ik herinnerde me alleen, dat ik om zes uur half wakker geworden was, omdat er twee maal op mijn deur werd geklopt. Beide keren hoorde ik dat Ulrike met iemand praatte, die buiten de kamer bleef. De eerste keer was het de vader van het meisje, de tweede keer de hoteleigenaar, die kwam vragen of ik iets nodig had.
Maar om zes uur werd ik echt wakker. Ik had trek, zonder honger te hebben. We gingen naar beneden en het restaurant binnen. Daar moesten we vanwege het vroege uur enige tijd wachten alvorens we samen het avondmaal gebruikten.
Hier kwam de directeur weer naar ons toe. Hij vroeg hoe het met me was en of ik voor deze avond soms iets speciaals nodig zou hebben.
Ik dankte hem voor zijn aanbod en hij vertrok weer.
> Twee keer was er iemand aan jouw deur, de tweede keer was hij het, de eerste keer de vader van het meisje.
> Ik had het al half begrepen, maar echt alleen als op verre afstand.
> De man vroeg of je kosten gemaakt had vanwege de redding !
> Hij handelt meer praktisch dan medelevend, ik wil niet eens over dankbaarheid spreken. Wat heb je gedaan ?
Ze schoot in de lach.
>Ik ben naar de badkamer gelopen en heb jouw pantalon en mijn japon opgepakt en in zijn handen geduwd. En gezegd, dat hij die naar de stomerij kon brengen.
Ik schoot in de lach.
> Hoe reageerde hij ?
> Hij kon niet geloven wat er gebeurde. Eerst dacht ik, dat hij zou weigeren. Toen zag ik ook bij hem zijn gedachten over zijn gezicht stromen !! Onze kleding samen in een prop en onder het braaksel ! >>Wat had dat met de redding te maken ?<, vroegen zijn ogen.
Toen pakte hij de bundel van me over en stamelde >Tot morgen!
We gingen terug naar boven naar haar kamer. We keken naar het nieuws en een film op de televisie. Om elf uur nam ik afscheid en ging ik naar mijn kamer. Ik zette mijn enige stoel op het balkon en keek naar de maan boven het nu zo vreedzame meer. Ik bedacht nog even, dat Ulrike mijn kamer moet zijn binnengekomen, omdat ik na het vertrek van de commissaris de deur niet had afgesloten. Dat herinnerde me aan de afspraak morgenochtend. Ik viel op de stoel in slaap en om twaalf uur ging ik echt naar bed.

‘S Morgens vroeg trof ik Ulrike in de eetzaal, waar ze al ontbijtte. Met haar dronk ik mijn sinaasappelsap en daarna alleen naar het politiebureau.
> Goede morgen, mevrouw Pranduardi !
> Hoe is het met u ?
> Redelijk goed en voldoende sterk om uw kruisverhoor te doorstaan !
Ze lachte en bood me een cappuccino aan.
> Ik moet een helder verhaal hebben over wat er gisteren gebeurd is.
> Natuurlijk.
Ik vertelde het hele verhaal en om Ulrike niet te na te komen, verzweeg ik de meeste details van haar aandeel.
Over de auto wilde ze veel meer weten.
> Wat voor auto ? Welke merk ? Kunt u me de plaats aanwijzen waar die ligt ?
> Wilt u ook met me gaan baden, of mag ik u de plaats vanaf de straatweg aanwijzen ?
. Ik ga beslist niet met u zwemmen, maar als u zo vriendelijk wilt zijn de plaats van bovenaf aan te wijzen aan mijn agenten? En nu moet ik wat meer weten over u zelf !
Mijn hals begon te jeuken. En opnieuw zweeg ik, maar nu over mijn »tweede beroep«.
Ik gaf haar mijn paspoort, zodat ze al mijn gegevens kon overschrijven. Nederlandse namen zijn in Italië moeilijk uitspreekbaar. Als beroep werd journalist genoteerd. Ik was hier tenslotte voor het eerst en het was mijn tweede dag. Gelukkig niet mijn laatste. En, zo gaf ik haar duidelijk te verstaan
>Ik ben helemaal niet gediend van veel rompslomp vanwege dit gebeuren.
>Jammer dan voor u, maar ik moet nu eerst met u naar onze burgemeester. Die wil u in ieder geval spreken.
In de mooiste kamer van het kleine stadhuis resideerde die burgemeester.
Zo mooi de commissaris was, zo vriendelijk was die goede man. Hij was maar weinig ouder dan ikzelf. Opnieuw moest ik het hele verhaal vertellen, maar hij had kennelijk wat meer gegevens over de rol, die Ulrike had gespeeld. Die kon ik dus moeilijk ontkennen. Hij nodigde mij en haar uit op het avondeten in zijn familie de volgende avond. Ik nam de uitnodiging aan en beloofde hem de uitnodiging aan Ulrike over te brengen.
Ulrike en ik gebruikte het avondmaal samen. De directeur zorgde voor een mooi gedekte tafel op het terras voor het restaurant. Ze lag dus wat opzij van het hotel. Een lage muur zorgde er voor, dat de autogassen vanaf de weg het terras niet bereikten.
Het was aangenaam koel onder de grote oranje parasol. Toen de dienster het vlees serveerde, zag ik het gezicht van de directeur voor het grote raam van het restaurant en hij zwaaide naar iemand achter het lage muurtje.
En op het moment, dat Ulrike zich afvroeg
> Waarom profiteren de andere gasten niet van deze hemelse stemming? ging een poortje open.
Binnen 5 minuten was het terras overvol mensen met muziekinstrumenten en anderen in regionale klederdracht. De serenade duurde een half uur, het koortje nam iets meer de tijd.
De dirigent hield een korte rede en beweerde, dat
>…de stad in veel jaren niet zo’n belangrijke held binnen zijn grenzen gehad had, die zijn leven riskeerde om het leven van een jong meisje te redden. Ons concert is maar een geringe afspiegeling voor wat u gedaan hebt en de belangrijke rol, die uw charmante vriendin daarbij gehad heeft.
Zij trapte op mijn voet, ik moest nu gaan staan! Dus ging ik staan!
>Beste heer. Ik dank u en uw muzikanten voor uw serenade. Het was echt prachtig, mooier, dan wat wij gistermorgen konden doen. Dat zou ieder ander gedaan hebben, die op dat zelfde moment op uw mooie strand aanwezig was geweest. Toch dank ik u hartelijk. Daarom vraag ik u wees mijn gasten en drink met ons een glas van uw heerlijke wijn!
Iedereen applaudisseerde en ging zitten.
Aan mijn oor zei Ulrike zachtjes > Ik beloof je, dat ook dit de vader gaat betalen!
Na het glas wijn nam iedereen afscheid met een handdruk of een kus.
Om tien uur waren we klaar met het dessert.
De directeur verscheen opnieuw en ik vroeg hem om de rekening.
>Beschouw u zichzelf als mijn gasten vanavond, – was het enige dat hij zei.
Er bleef ons niets anders, dan deze vriendelijke man hartelijk te bedanken.
⋆ ⋆ ⋆
Toen ik uit bed stapte was het al helemaal licht buiten. Mijn horloge gaf aan, dat het al negen uur was. Ulrike kwam de trap bij het strand omlaag in haar gele rokje, zag ik. De receptionist gaf mij een enveloppe, die er vrij officieel uit zag. Terwijl ik mijn vruchtensap dronk, las ik de brief, aan de held van de dag in ons stadje. De volgende morgen om tien uur zou er een officiële ontvangst plaatsvinden in de gemeenteraad. Ik werd hier hartelijk voor uitgenodigd.

Ik ging terug naar boven om mijn spullen te pakken om weer een paar uur te werken, beneden aan het strand bij het bos. Er werd op de deur geklopt.
Toen ik open deed zag ik de ouders van het meisje voor me staan. Zonder op een uitnodiging te wachten stapten ze mijn kamer binnen.
De vader stak zijn hand uit en zei
>Ik ben Dr. d’ Orleanco, Filip d’ Orleanco en dit is mijn echtgenote Elene. Ik….
Toen onderbrak zijn vrouw hem.
> Ik begreep, dat mijn man tot nu u nog niet bedankt heeft voor de redding van onze dochter. U redde onze meest dierbare kind, dat we hebben. Onze dank is eindeloos. Gisteren hebben we haar in het ziekenhuis opgezocht. Ze maakt het al een stuk beter, maar zal toch tot het weekeinde moeten blijven. Zo zullen we jammer genoeg de omgeving met zijn interessante steden niet kunnen bezoeken. En we zullen zo een doodgewone vakantie beleven, samen met onze zoon op het strandje beneden. Ondanks zijn pijnlijke knie. En zo zullen we hem tenminste goed in de gaten houden, ondanks het feit, dat hij al goed kan zwemmen. Net als zijn zusje, maar het was de koude van het water, die haar parten heeft gespeeld. De arts raadde ons het bovenste gedeelte van het meer te gebruiken, omdat het water daar warmer is dan hier. En nu, Filipo, geef mijnheer die cheque maar. Wanneer u het bedrag te laag vindt kunt u dat rustig zeggen en we vullen het morgen aan naar uw wensen. En… ik vergat haast te zeggen, dat de stomerij uw kleren heeft teruggebracht. Dit is ook voor onze kosten.
Ze pakte de arm van haar man en leidde hem naar de deur. Zo snel, dat ze niet meer konden horen, dat ik hen bedankte. Voor hun vrijgevigheid. Ik kreeg de tijd niet om te vragen of ik hun dochtertje mocht opzoeken.
Ik keek verder niet aar de cheque, die ik op tafel legde en ging weg.
Ik zag Ulrike niet op het strand, noch op de landtong. Ik liep naar het bosje, pakte mijn spullen uit en ging liggen. Maar ik zag geen vogels. Ook niet aan de andere kant. Wel zag ik Ulrike. Op de smalle strook zand tussen het meer en het bosje.
Langzaam liep ik naar haar toe. Ze sliep vast, zag ik. Ik lette er op, dat ik niet de bundel zonlicht, die op haar lichaam scheen, wegnam. En ging naast haar zitten. Zij rook naar de zon en naar de zonnebrandolie. Of ze mijn gedachten kon lezen, keerde ze zich al slapende om op haar rug. Haar huid had een gouden kleur, vanwege de zelfde zon en dezelfde olie. Snel rekende ik uit, dat ik precies twee seconden had om haar te kussen, maar waar ? Ondanks de uitnodigende torentjes op haar borsten koos ik het plekje uit, waar normaal het slipje begint.
Maar op het zelfde ogenblik voelde ik haar hand tussen mijn dijen.
Haar ogen bleven gesloten en zachtjes zei ze
>Wanneer je lichaam op mijn lichaam gaat reageren, dan druk ik door!
Maar haar lichaam reageerde sterker dan het mijne. Haar buik kwam omhoog en gelijk draaide ze zich terug op haar buik.
Ik liep terug naar het bosje, wachtte op de vogels en maakte de aantekeningen voor mijn vriend de ornitholoog. Tegen een uur ging ik terug naar Ulrike, die haar slip al aan had. Ik trok haar rokje over haar schouders.
>Lunchen we samen ?
Zij knikte. In het hotel liep ze mee naar mijn kamer en zag de cheque op tafel liggen. Ik was al in de badkamer om me op te frissen. Ik hoorde haar roepen en ze vroeg me
>Is het een groot bedrag ?
>Wat bedoel je ? De cheque ? Ik heb het nog niet gezien,
> Kijk dan zelf, die honderdduizenden….op die cheque.
Nog altijd in de badkamer vroeg ik
> Lires ?
>Nee, franse franken.
Eerst werd ik woedend, de stomerij betalen was een normaal gebaar, maar dit ?? Dit was niet te aanvaarden.
Gedurende de maaltijd discuteerden we er over. Ulrike vond, dat ik die som moest aannemen. Wanneer men zo’n bedrag kon schenken, dan heeft men het recht zijn dank zo uit te drukken.
>Maar ik heb daar een hekel aan!
>Waarom?
Bijna vertelde ik haar de hele geschiedenis. Ik was geen held, ik had alleen maar gedaan, wat ik meer doe en wat ik zelfs aan anderen instrueerde. Onder het gelijke motto als artsen en verpleegsters werken. >>Helpen daar waar het nodig is om levens te redden<<.
Maar op het laatste ogenblik zweeg ik toch.\
Ook ‘s avonds bij de burgemeester, die ons zoveel van de italiaanse heerlijkheden voroztten en twee verschillende wijnen liet proeven. Ik verwonderde me een beetje, dat zijn vrouw geen hulp had. Zij bediende zelf tot er ergens boven in huis een kind begon te huilen. Ze verliet de kamer. Mijnheer Funelli vertelde dat zij drie kinderen hadden. Die nu huilde was de jongste, die met Kerstmis van het vorige jaar geboren was. De vrouw kwam terug met het kindje. Zij opende haar bloes en het kindje genoot van wat zij haar te bieden had. Wij genoten ondertussen van het dessert. Ik zag niet dat Ulrike de vrouw met het kindje vragend aankeek
Tot de burgemeester aan haar vroeg
>Wilt u mijn trots ook even vasthouden ?
Hij stond op, nam het kindje voorzichtig bij zijn vrouw weg, die al even pauzeerde. En legde het meisje op de arm van mijn nieuwe vriendin. Ja, mijn nieuwe vriendin en ik kon op dit moment nauwelijks begrijpen, dat zij werkelijk een vriendin was.
Dan man liep terug naar zijn vrouw. Bijna als verontschuldiging kuste hij licht haar borst en ging weer op zijn plaats zitten. Ik werd door dit alles zo ontroerd, dat ik opstond en in de richting van het terras liep. Vijf minuten later ging ik terug. Allen lachten, want de handjes van de kleine speelde met de borsten, die in de bloes van Ulrike verborgen waren.
Haastig gaf ze het kindje aan de moeder terug, die het gezochte object weer in haar mondje duwde. De burgemeester begon niet over de ontvangen officiële brief te spreken, dus liet ik dat maar zo.
Terug in het hotel liep Ulrike mee naar mijn kamer.
>Vind je het erg als ik even een bad neem ?
Zij knikte als toestemming.
Terug in de kamer was er alleen het licht van de maan. De deur naar het balkon stond open. Ik dacht, dat ze weg was gegaan en stapte in bed. Ik keek nog eens in de richting van het balkon en vroeg me af, of ik die deur de hele nacht open zou laten, of toch maar sluiten. Op dat ogenblik stapte ze de kamer in. Een zilveren godin in het volle maanlicht. Zonder iets te zeggen verdween ze in de badkamer. Het geluid van stromend water was voldoende om me in te laten slapen. Ik weet niet hoeveel later, maar opeens werd ik wakker omdat mijn bed te smal geworden was. En even later te warm. Tegen vijf uur besloten we verder te gaan op het kleedje voor het bed.
Het geluid van auto’s wekte ons. We waren te laat om nog te luinnen ontbijten. Ulrike stelde voor om met haar auto naar het stadhuis te rijden.
Twee uur later was ook dat achter de rug. Ik moest naar lange toespraken luisteren in bijna alle europese talen. Op voorstel van de burgemeester en de commissaris werd ik tot Held van het Jaar uitgeroepen en werd ik ere-burger van het stadje. Terwijl we ondertussen een glas wijn dronken vroeg ik de commissaris, wat die titel allemaal inhield.
Zij antwoordde lachend, dat ik, noch mijn familieleden ooit gemeentelijke belastingen zouden hoeven betalen bij een bezoek aan nu ook mijn stad. Een ere-burger kan geen toerist zijn. Mijn hele leven niet.
Hier herinnerde ik me de cheque, die in mijn hotelkamer lag.
Al zou ik honderd jaar oud worden, ik zou nog niet kunnen verklaren, wat me tot de volgende krankzinnige actie bracht.
Ik zag, dat de burgemeester de bijeenkomst wilde afsluiten.. Ik liep naar hem toe en broeg hem, of ik ook iets mocht zeggen. De burgemeester kondigde dit aan en iedereen ging weer zitten.
>Geachte gemeenteraadsleden en andere aanwezigen. Ik denk, dat ik alle eer, die u me vanmorgen bewijst, niet helemaal waardig ben, zeker in in die bewoordingen, die u hebt gebruikt. Ik ben maar een gewone, buitenlandse journalist, die gedaan heeft, wat iedereen in die omstandigheden gedaan, in ieder geval getracht zou hebben, zouden ze op dat tijdstip, op die plaats zijn geweest. Toch aanvaard ik graag, wat u me heeft aangeboden en ik hoop er nog lang gebruik van te kunnen maken. En tot die tijd, dat ik nog eens een echte familie zal hebben, zal ik Ulrike vragen me altijd hier naar toe te begeleiden.
Luid applaus weerklonk en zelf door de bruine huidskleur van Ulrike heen zag ik, dat ze flink bloosde.
Ik ging verder.
>In mijn land is het bijna gewoonte, dat iemand die publiekelijk gehuldigd wordt, iets terug doet. Daarom schenk ik uw gemeente de cheque, die de ouders van het geredde meisje mij heeft aangeboden. En ik hoop, dat het bedrag voldoende zal zijn om tussen de weg en de muur van het strand een steviger constructie te bouwen, die zal verhinderen, dat nog meer auto’s in uw mooie meer terecht komen.
Nog meer en nog luider applaus. De lippen van Ulrike vormde een niet mis te verstane kusje op afstand.
De rest van de dag ging snel voorbij. Ik verdeelde mijn tijd tussen Ulrike, mijn werk, een half uurtje zwemmen in het meer en een paar excursies, die we met haar auto maakten.
Twee keer bezocht ik het meisje in het ziekenhuis, die gelukkig snel opknapte. De eerst keer ging ik samen met Ulrike, de tweede keer alleen.
Toen ik binnen kwam, bleek haar moeder er ook te zijn. Na beiden begroet te hebben, gaf ik haar een leesboek. Haar moeder begon me opnieuw te bedanken, nadat het meisje aan haar vroeg, of ze echt gestorven zou zijn, wanneer ik niet op het strand aanwezig was geweest.
De dame droeg een dunne japon van een dunne stof. De japon was niet gepast. Het weer eiste een echte zonnejurk, niet zo iets. Het leek meer het kledingstuk voor een prostituee, niet voor de vrouw van een dokter. Zo kon ze niet een gepaste plaats bieden aan haar twee enorme borsten. En dat wreekte zich, toen ze het meisje opnieuw het verhaal in snikken vertelde. Ze nam het kind in de armen zonder in de gaten te hebben, dat het bovendeel van de japon was weggeschoven. Het hoofd van het meisje werd er haar tussen platgedrukt. Zachtjes verliet ik dit theater, zonder dat ze er iets van merkten.
Ulrike schaterlachte toen ik het haar ‘s avonds vertelde. Zij vroeg zich af, of de flinke som, die ze mij geschonken hadden iets te maken had met hun houding tegenover geld, of was het naar hun totale levensstijl ?
Zaterdag, na onze tweede gemeenschappelijke nacht, pakten we onze koffers. Ik ging beneden mijn rekening betalen, Ulrike had dit de avond te voeren al gedaan.
Na geklopt te hebben stapte de directeur de kamer binnen.
> Ik ga er natuurlijk van uit, dat u volgend jaar weer terug zult komen. U en ook uw charmante vriendin zijn natuurlijk van harte welkom. Wanneer u uw bezoek rond Nieuwjaar aankondigt, dan zal ik zorgen, dat de mooiste kamer voor jullie gereserveerd wordt. Ook al zou u alleen komen !
Ulrike schoot in de lach.
Tien minuten later zat ik met mijn koffers in haar auto, zij bracht me naar het station. Op het perron namen we afscheid. Ik voelde even haar knie tussen mijn benen en haar warme lippen op de mijne. Toen was ze weg.
⋆ ⋆ ⋆
Het werd september en ik had nog steeds mijn herinneringen niet op een rijtje, in de juiste volgorde. Alsof ik alles niet zelf had meegemaakt. Mijn collega’s vroegen als altijd, of er zich nog iets bijzonders had voorgedaan. Eerst zweeg ik, pas later vertelde ik wat over die bijzondere franse familie. Dan werd er natuurlijk ook gevraagd, of ik nog lieve ontmoetingen had gehad. Ik zei ja, maar moest een of ander verhaal fantaseren, om alles wat geloofwaardiger te maken, zonder dat de waarheid aan het licht kwam. Maar zo wisten ze dan toch iets over die duitse Ulrike. En dat riep bij mij weer prikkelingen op.
Soms schreef ze naar me. Een keer telefoneerde ze naar me. Maar in de volgende brief aan haar vroeg ik haar, dat maar niet meer te doen.
Want als grapje verbond de telefoniste haar door met een collega. Die bood voor deze fout zijn excuses aan en verbond haar weer door aan een volgende. Zo sprak ze bijna met alle collega’s voordat ze mij aan de lijn had. Ze vertelde, wat ze allemaal te horen had gekregen. Zij was er niet door beledigd, mar ik vond die opmerkingen niet passend. Zo was ik meer kwaad dan blij met het, natuurlijk nog maar zeer kort durend, gesprek.
Toch moest ik mezelf wat beschermen. Voor mij was het niet meer belangrijk, dat ze me als held zag, maar dan beroepshalve. Maar ik moest haar dat zelf vertellen en niet een of andere sufferd.
Voor een of ander congres moest ze bij ons in de stad zijn. Zij stelde voor, dat ze me het voorafgaande weekeinde zou bezoeken. Het congres begon ‘s maandags en zij zou vrijdags aankomen. En, omdat ik toch nog geen nieuwe relatie had aangeknoopt, had ik toegestemd. Ik stelde van mijn kant voor, dat ze die week in mijn flat zou logeren. In haar volgende brief wees dit aanbod af. De maatschappij, die haar naar dit congres zond, zou ook haar hotelkamer betalen, ze hoefde niet mij tot last te zijn.
Vrijdagavond was ik aan het station en per taxi reden we naar mijn appartement. Ze vond het jammer, dat het weer niet zo mooi was, als het in Italië was geweest. Zaterdagavond gingen we naar de opera en de zondag wandelden we langs de zee over het strand.
Het was niet erg warm weer en veel mensen vonden dit een bezwaar. Het was erg rustig. Ulrike was bijzonder opgewekt, praatte de hele tijd en haalde vooral herinneringen op aan ons verblijf in Italië.
>Loop jij maar door en let niet op mij.
Ze duwde in mijn rug en ik moest wel doorlopen.
Een eind verder bleef ik staan om op haar te wachten en keek ik om, waar ze bleef.
Ik zag haar lopen, naakt, op weg naar de zee. Ik liep terug naar de plaats waar ze haar kleren had achtergelaten. Hier ging ik zitten. Na vijf minuten was ze al weer terug.
>Jullie zeewater is nog kouder dan het koude water van ons meer.
Zij pakte mijn badstoffen bodywarmer aan om zich af te drogen en vroeg mij voor haar rug te zorgen. Tien minuten later waren we terug in de badplaats en zochten een restaurant uit.
Op maandagmorgen haasten we ons om op tijd de deur uit te komen, ik naar de redactie, zij naar het congrescentrum.

Donderdags belde ze me op. Ze wilde eigenlijk vrijdag nog niet vertrekken. Kwam het mij uit haar ‘s avond op te komen halen, zodat ze zaterdags pas weg hoefde? Zo ja, dan zou ze een andere plaats in de trein reserveren. En ik bood haar aan wederom op de bank te slapen. Dit veroorzaakte een donderend gelach van mijn collega’s. Wie slaap er nu op een bank, wanneer er zo’n vrouw bij je in huis is ? Ik dus !
Vrijdagavond vroeg ze, wanneer mijn verjaardag is.
> Op die dag kun je zeker niet in zee zwemmen. Dat is pas in december. Om mijn familie te pesten. En daarom ben ik altijd alleen op die dag!
>En wanneer plan je je nieuwe vakantie ?
> Dat doe ik nog voor de Kerst. Hoor ik nog voor die tijd of je soms met me mee wilt weer naar Italië ?
>Wel, ik vraag me af, of je dat nog echt wilt ? Terugkeren naar de plaats waar we dat allemaal samen beleefd hebben?
>Waarom niet ?
>Veel mannen houden ervan hun eigen glorie in hun eentje te vieren!
> Dat is praat van een psychologe! Natuurlijk wil ik graag bij jou zijn. Je hebt een goede invloed op me. Je toont me het leven op de goede manier en in de juiste perspectieven. Gebruik, de tijd om te werken met werken en de tijd om te genieten door te genieten. Zelfs om lief te hebben en om te vrijen.
>Was dat dan nieuw voor jou ?
>Ja, ik ben een man, weet je. Wanneer ik honger heb, maak ik een maaltijd klaar. Wil ik werken, dan werk ik graag.
>En wat betreft de liefde ?
> Ja, dat aspect is ook belangrijk voor mij. Tot aan het einde van mijn huwelijk was alles, wat mijn ouders mij geleerd hadden heilig voor mij. Ik ben geen net ventje, maar vrouwen zijn puur voor mij. Je weet toch, Casta Diva ! Maar mijn leven veranderde en jij toonde me, dat ik het opnieuw niet bij het rechte eind heb.
>Ja, voor mij is niets vanzelfsprekend. Niet volgens het economisch principe van>>alles heeft zijn prijs<>Ja !<< en uitsluitend alleen naar eigen wil, idee en.. dit dan ook graag.
Denk je echt, dat niemand zich moet opofferen een ideaal te bereiken ? Of maar een voorstel, of wil, of verlangen van de partner?
>Nee
> Weet je mij nu duidelijk te maken, dat dit de reden is geweest van mijn echtscheiding ?
>Graag gedaan, het is gratis.
> Spot niet met me en niet met mijn noodlot !
Ulrike omhelsde me en kuste me op de lippen.
>Ben je nu tevreden ?
>Ja, voor het ogenblik wel.
⋆ ⋆ ⋆
In de maanden daarna ging het leven normaal verder. Soms kreeg ik een brief van Ulrike. Ik kocht een computer en een compactdisk. Ik studeerde ijverig en al luisterend werkte ik mijn correspondentie af. De collega’s waren minder tevreden. Zij vonden, dat schrijven mijn werk was en dat zij er waren om het nieuws te maken. Dus zweeg ik verder over de computer.
Ik durfde wel raad en bijstand te vragen bij een aardige, jonge collega. Zij bezocht me ‘s avonds regelmatig om me bij de bediening van mijn eigen machine te helpen. Een keer vroeg ze, om elf uur, of ze mijn badkamer mocht gebruiken. Toen ze die weer verliet droeg ze een doorschijnend nachthemd. Door de woorden van Ulrike kon ik me heftig verweren. Ik moest de »hele inhoud van een krant« gebruiken om haar op een aanvaardbare manier de deur uit te werken. Dat was nooit mijn bedoeling geweest. Ik had er zelfs nooit over nagedacht. Maar ze bleef zo gekleed in de huiskamer zitten! Toen wist ik niet beter, om haar te vertellen, dat ik pas kort geleden van een dokter gehoord had, dat ik een geslachtsziekte had. Dit hielp wel. Zij pakte haar tas, waaruit ze een smeriggroen kleurige condoom haalde. Die ze me aanbood. Ik vluchtte de badkamer in. Ik deed mijn pantalon uit, greep een tube met rode tandpasta, drukte krachtig erop en de hele rode inhoud verspreidde zich over het betreffende lichaamsdeel. Het zag er werkelijk vreselijk uit. Zo ging ik terug de woonkamer in. Vijf minuten later sloeg de woningdeur met een klap dicht. Ik was er zeker van dat ze op kantoor hier niet over zou praten, maar ik was een ferme instructrice kwijt.

Nabij de stad, waar de krant gevestigd was, gebeurde in november een ernstig treinongeluk met twee treinen. Ik werd als expert gevraagd het geheel te volgen, vanaf het ongeluk zelf tot aan de veroordeling van eventuele schuldigen. Het weer verslechterde.. Veel regenbuien veroorzaakten overstromingen. Zo stonden we allemaal behoorlijk onder druk. Ik maakte veel overuren, ik was weinig thuis. Eens sliep ik zelfs in de auto, die ik via een krantenadvertentie had gekocht. En omdat een van de treinen uit Duitsland kwam, moest ik ook eens in de stad K. zijn. Na drie dagen had ik genoeg materiaal verzameld en daarom besloot ik Ulrike eens te verrassen.
Ik reed naar de stad waar ze woonde, parkeerde de auto in een openbare garage en ik kocht een enorm boeket rozen in de gele kleur, die haar altijd het best beviel.
Om negen uur ‘s avonds belde ik aan op haar adres. En na enig wachten werd de deur geopend. Ik hoorde het bekende lachje van Ulrike, maar zij stond niet aan de deur. Voor me stond een grote, zware kerel, die de hoofdrol zou kunnen hebben in een film over de Franse Revolutie, als beul. Boven zijn zwarte pantalon droeg hij alleen een wit hemd en verder een massa aan zwart haar.
> Ja, en ??
>Is Ulrike thuis ?
>Ja, en ??
Is Ulrike thuis was het enige dat ik kon bedenken.
>Ja, maar niet voor jou. en een van zijn machtige handen sloeg met een knal de huisdeur dicht.
De bloemen en ik viel meer dan een gedeelte van de trap omlaag. Ik zwoer, dat ik nooit meer rozen voor welke vrouw dan ook zou kopen. Door de gesloten deur boven mijn hoofd hoorde ik opnieuw het gelach van Ulrike. En ik wist niet wat me meer pijn deed, dat lachen van haar nu of de rode tandpasta toen, of de doornen van de rozen, waar ik bovenop gevallen was.
Ik nam de tram naar de parkeerplaats, stapte in de auto en reed de hele nacht door tot ik in mijn eigen bed belandde.
Vier dagen later kreeg ik een brief van Ulrike. Ik had veel moeite om te besluiten, of ik de couvert zou openen of niet. Ik wachtte nog drie dagen alvorens het te doen. Toen besloot ik hem te lezen.
Op het zelfde ogenblik ging de telefoon. Ik hoorde een bekende stem.
>Heb je mijn brief ontvangen?
Een leugen zou niets helpen.
>Ja, die is aangekomen. Maar ik had nog geen gelegenheid hem te lezen.
> Of had je geen zin om hem te lezen ?
> Zo iets ja. Nee….
>Lees hem dan en bel me over twee uur terug !
Nu moest ik hem wel lezen. Ze had opgelegd zonder mijn reactie af te wachten.
Zou onze zomerromance voorbij zijn ? Ach wat geeft het ? Wie interesseert dit nog?
Ik schoof de enveloppe weg zonder op de postzegel te letten.
>>…. wil je alstublieft vergeten, wat er is gebeurd? Ik hoorde er pas de volgend morgen van.
Mijn broer bezocht me drie dagen voor hij weer terug ging naar Brazilië, waar hij zijn werk heeft. Al vanaf onze jeugd moest hij me altijd beschermen. En dat dan zonder op zijn lichamelijke krachten te letten. Die kan hij goed gebruiken bij de maatschappij waar hij werkt, tot instandhouding van het regenwoud. Ik vond de volgende morgen de restanten van jouw boeket en begreep direct, dat jij het was, die had aangebeld. Is het voldoende voor je on te weten, dat ik deze bloemen tot mijn dood zal bewaren? Bel me aub terug voor de nacht ! Dan weet ik dat je mijn excuses hebt aanvaard. Anders zal ik de volgende nachten niet meer slapen.
Dus belde ik direct na het lezen van de brief, maar zij nam niet op. Twee uur later probeerde ik het opnieuw.
Direct nadat ik mijn naam had genoemd, hoorde ik dat ze in huilen uitbarstte.
>Mijn lieve, lieve lieveling….
>Sliep je al ?
>Heb je nu mijn brief gelezen ? Kun je me vergeven ? Wil je…
> Praat je nu als toneelspeelster of als psychologe? Of is het alleen die Ulrike, die ik ken?
> Ik ben het. Jouw eigen italiaanse Ulrike !
>Goed, dan vergeef ik je en ik vergeef je broertje. Ik moet zelfs zijn houding tegenover jou goedkeuren. Maar ik heb wel enige tijd nodig om deze ervaring te verwerken. Had ik je stem en je lachen niet gehoord, had ik gedacht me in het adres vergist te hebben. Is kingkong misschien ook familie van jou ?
>Ik heb me echt al een paar keer verwonderd, dat hij niet als een Tarzan is uitgekozen. Het enige dat dit verhinderd heeft is het feit dat hij niet kan zwemmen. Misschien kun jij het hem leren, wanneer hij weer eens met verlof komt.
Na het telefoontje had ik echt de hele nacht nodig om alles te overdenken. Vooral haar laatste woorden.. Hoe zou zij kunnen…. ?

⋆ ⋆ ⋆

Het begin van december bracht ander weer. De temperatuur zonk tot onder het vriespunt.
De directie eiste, dat we met de brigade nog een keer zouden oefenen in het redden van drenkelingen voor het ijs het kanaal voor ons terrein zou bedekken.
Ik stelde voor het als een soort examen te doen, zoals we dat al eerder hadden gedaan.
Onze gebouwen lagen nabij dat kanaal, dat zo’n dertig meter breed was.
Het terrein tussen het hoofdkantoor en de rivier was onze parkeerplaats. Met opzij een klein park, waar we ‘s zomers verfrissing vonden onder de bomen.
Een vrijwilliger zou met een van de voertuigen, die we gebruikten om de grote rollen papier te vervoeren tot in het midden van het kanaal va het kanaal »verongelukken«. De brigade moest hem dan eerst uit het water halen, hem medisch verzorgen tot en met het vervoer van oinze eigen ambulance en daarna moesten we het voertuig bergen.

Ons stadsbestuur was altijd dankbaar, wanneer wij voor dergelijke activiteiten de wintermaanden gebruikten. Normaal werd het kanaal ‘s zomers veel voor de toeristische vaart gebruikt en dat gebeurde ‘s winters nooit. Zodat ik gemakkelijk de toestemming voor de oefening van de gemeente kreeg. Het lukte me de aandacht van de plaatselijke televisiezender te trekken. Zij gebruikte de opnamen hiervan dan weer later in hun andere programma’s. Zo brachten deze oefeningen voor ons nog enig profijt. Alles heeft immers zijn prijs ??
De oefening zou plaats vinden drie dagen voor mijn verjaardag. De enige voorbereiding, die noodzakelijk was, is het weghalen van de lage betonnen randen langs de waterkant, die normaal verhinderen, dat een auto bij het parkeren, of het wegrijden door een kleine fout in het kanaal zou belanden. Anders zou ons voertuig ook nooit in het kanaal terecht kunnen komen. Daarbij kwam, dat de vrijwilliger zich zonder enige moeite liet inschrijven. Hij zou voor de stunt een aardige vergoeding krijgen en die is voor de dure decembermaand altijd welkom.
Het weer was ‘s morgens best aardig, een mager zonnetje wist de temperatuur tot boven de 5 graden te laten stijgen. En er was geen wind.
Hoewel de krant de oefening niet had aangekondigd, waren er genoeg kijkers.
Om tien uur begonnen we met de lancering van het voertuig. Die bereikte echter niet helemaal het midden van het kanaal. Het slachtoffer was een lid van de plaatselijke duikers vereniging.
De bemanning van onze eigen drie brandweerwagens had niet geweten van het tijdstip, wanneer de oefening zou beginnen. Toch verscheen binnen 5 minuten de eerste auto om de hoek van het gebouw. Ze spoedden zich richting kanaal waar gelijk de lange ladder werd uitgeschoven. De auto-commandant vond iets nieuws uit. De ladder was lang genoeg om de andere zijde van het kanaal te bereiken. Toch zou ze stabiel moeten blijven. En dat lukte volgens zijn plan. Twee van zijn mannen boden zich met lange koorden aan elkaar en zo werd binnen tien minuten het slachtoffer uit het water gehaald. In zijn duikerpak had hij zelfs van de kou niet geleden. Toch werd hij in de gereedstaande ambulance gehesen. Dit hoorde tot het programma van de oefening,
Ik stond gedurende de hele oefening in mijn uniform tussen het parkje en de parkeerplaats aan de rand van het kanaal. Maar ik hoefde alleen te zien, of alles volgens het programma werd uitgevoerd, zodat ik later een verslag zou kunnen maken.
De berging van het voertuig geschiedde ‘s middags. Dat ging maar langzaam. Eerst moest men de juiste plaats vaststellen, waar het lag. Toen bleken de persluchtapparaten van twee bemanningsleden niet goed te functioneren. En toen bleek nog, dat het voertuig verstrikt geraakt was in een ander wrak, dat op de bodem van het kanaal lag. Het werd al donker toen de oefening achter de rug was. En dat gaf dan weer de gelegenheid onze nood-lampen uit te testen. Tevreden verlieten we het terrein, gingen naar binnen en dronken een borrel op de goede afloop. Daarna naar huis!
De dag daarna sloeg het weer compleet om. De temperatuur daalde net onder nul en het ging ijzelen.
Ik werkte aan het laatste deel van mijn rapport van de treinramp. Mijn collega’s letten op het verkeer op de weg aan de ander kant van het kanaal. Daar deden de automobilisten hun best op de weg te blijven. Die lag iets onder het niveau van het kanaal. Ik liep ook naar het raam.
Mijn aandacht werd getrokken door een auto, die ons terrein kwam oprijden. Er was wat vreemds mee. Ze reed naar de parkeerplaats en bleef tien meter achter de plek staan, waar gisteren onze brandweerauto had gestaan. Vanwege het weer hadden we nog geen gelegenheid gehad de betonnen randen terug te plaatsen. In de auto zaten verschillende personen en de chauffeur speelde als krankzinnig met de lichten van de auto. Ik had maar twee minuten nodig om de hal te bereiken. Toen ik buiten kwam zag ik al een ander lid van de brigade aan komen glijden. Toen ging het linker portier open en een kerel gekleed alleen in pantalon en shirt stapte uit. Hij schreeuwde luid naar ons
>Niet dichterbij komen ! Anders rijden we het kanaal in!
Terwijl er achter mij nog meer collega’s aankwamen riep ik naar de man
>Niet doen. We komen u zo helpen !
>Kom niet naderbij. De burgemeester heeft ons uit ons huis laten zetten. We hebben geen geld meer voor de huur, geen geld meer voor iets. We maken er een eind aan!
>Hoeveel zitten er in uw auto?
>Ik met mijn vrouw en drie kinderen.
>Haal geen stomme streken uit. Er is overal een oplossing voor !
Ik verwonderde me, dat ik niets van de anderen hoorde.. Maar hier gebeurde er iets, wat mij nog niet eerder was geleerd. Dat moest iets voor een psycholoog zijn. Ik vroeg me af, wat Ulrike hierover zou zeggen.
Ondertussen begonnen ook naderen naar de man te schreeuwen, die er duidelijk nog zenuwachtiger van werd. Wild zwaaide hij zijn armen in de lucht. Klaarblijkelijk had hij de handrem niet aangetrokken. Daarom begon die, door de slagen van de man te glijden in de richting van het kanaal. Eerst langzaam, dan steeds sneller. Het was als in een kwade film. Mijn mannen begonnen te schreeuwen. De man probeerde de auto tegen te houden, maar gleed op het gladde asfalt weg, smakte tegen de grond en bleef met een bloedende hoofdwond liggen.
De auto, niet gehinderd door de betonnen randen gleed nu snel vooruit en verdween met de vrouw en de kinderen in het koude water van het kanaal.
De hele voorstelling duurde net zolang als het nodig is een reddingsauto in gereedheid te brengen. Alleen de tijd om de zelfde plaats te bereiken was dubbel zo lang als de vorige dag. Men bracht me mijn uniformjasje, dat ik over mijn kostuum aantrok. Ze hadden ook nuttige schoenen meegebracht. Tien minuten later stond ik op de zelfde plaats als de vorige dag. Maar nu was het ernst, Het ging om mensenlevens. Een tweede wagen kwam behoedzaam aangereden. Twee duikers sprongen er uit en in het kanaal. Omdat de lichten bleven branden hoefden ze niet te zoeken. Twee, drie keer verschenen ze nog boven het wateroppervlakte. De derde keer gaven ze met handgebaren aan, dat ze uit het steenkoude water gehaald wilden worden. Terug op het land kwamen ze direct naar mij toe.
> Die verdoemde, rotte bedrieger. De personen in de auto zijn poppen, etalage-poppen. Die voerde alleen een toneelstukje op om zijn huis terug te krijgen. Hebt u de politie al gewaarschuwd?
Die kwam al snel en verdwenen na korte tijd met de gewonde man.
Een stuk rustiger haalde ik de zware helm van mij hoofd. Ik draaide me om en..
bleef als aan de grond genageld staan.
Voor me stond Ulrike. Lachend en wel.
> Mijn lieve, dappere held – was het enige dat ze zei.
⋆ ⋆ ⋆
Hier dan nog het einde van mijn geschiedenis.
Ulrike vond een baan in een ziekenhuis in een nabijgelegen stad. Hetzelfde, dat ze in Duistland deed. Lang leve de Europese Unie!
Ze had al beslist, dat ik haar echtgenoot zou worden. Ze trok definitief bij me in. De derde kamer werd haar studie- en werkkamer. We zetten er ook nog een logeerbed neer voor geval Ulrike ook apart wilde slapen.
Maar die eerste avond lag ze naast me in mij bed.
Ik vroeg haar
>Hoe en wanneer wist je, dat ik niet de held was, waar men me in Italië voor hield?
Ulrike lachte zachtjes, maar lang !
>Toen je dronken bewusteloos in je bed lag, werd er op je deur geklopt. Het was de vader van het meisje. Die wilde helpen en ik gaf men jouw pantalon en mijn jurk mee voor de stomerij. Die lagen vies en nat op de bodem van de badkamer.
>Ja, dat weet ik allemaal wel!
>Maar wat doet een vrouw, voordat ze goederen meegeeft naar een stomerij? Dan haalt ze automatisch de zakken leeg. En in jouw achterzak vond ik jouw identiteitskaart als brandweerman, duidelijk door de enorme helm. die erop staat. En zo begreep ik direct jouw handigheid in het redden van mensen. En.. ik misgunde jouw die glorie ! Daar had je geen recht op! Pas toen je jouw gift aan het stadje doorgaf, was mijn ontevredenheid helemaal over.
Vandaar dat ik vanavond ook niet erg verwonderd was over jouw optreden bij het redden van etalage-poppen.
We lachten allebei hartelijk.
In februari waren alle benodigde documenten binnen.
Eind mei trouwden we en met de auto van Ulrike reden we naar Italië. Maar zonder een of andere taak om er vogels te tellen. De enige vogels die telden, waren we zelf.
Ulrike en ik.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>